BLOG 6 – Grenzen aan de Top

De succesformule die zijn grenzen bereikt

Ik draai inmiddels ruim dertig jaar mee in het bedrijfsleven. Vanaf 1994 om precies te zijn. Precies in de periode waarin digitalisering, globalisering en technologische innovatie zorgden voor een ongekende groei van welvaart, productiviteit en nieuwe mogelijkheden.

Vrije marktwerking

Dat kon mede door het economische model dat begin jaren tachtig door Ronald Reagan en Margaret Thatcher sterk werd gestimuleerd: een vorm van vrije marktwerking waarin deregulering, privatisering en verdere globalisering centraal stonden. Een model dat ons veel heeft gebracht maar nu ook zijn grenzen laat zien. Het is verleidelijk om kritisch te kijken naar het economische model dat deze ontwikkeling mogelijk heeft gemaakt. Toch is dit model buitengewoon succesvol geweest en paste precies bij de uitdagingen van die tijd.

Concurrentie stimuleerde innovatie. Ondernemerschap werd aangemoedigd. Kapitaal kwam beschikbaar voor investeringen. Technologie maakte producten goedkoper, toegankelijker en beter. De vrije markt creëerde een enorme versnelling van economische groei en technologische vooruitgang. Het werkte. Misschien zelfs beter dan we hadden verwacht. Toch begint het steeds meer zichtbaar te worden waar dit systeem na veertig jaar begint te knellen.

S-curve

Wanneer ik terugkijk op de afgelopen decennia zie ik een ontwikkeling die doet denken aan een S-curve. Vanaf de jaren negentig begon een periode van digitalisering die rond 2000 sterk versnelde. Tussen 2000 en 2020 groeiden technologie, dataverkeer en connectiviteit exponentieel. Die ontwikkeling bracht enorme welvaart, nieuwe diensten en hogere efficiëntie. Inmiddels lijkt de opbrengst van dezelfde succesformule langzaam af te nemen. Een trend die voor mij rond 2015 voor het eerst zichtbaar werd en aanleiding gaf om – voor mij als technologie strateeg – naar andere technologieën en een andere manier van werken te kijken. We kunnen niet meer met dezelfde snelheid op de bestaande systemen doorgroeien. Dat begint pijn te doen. Steeds meer. De vraagstukken van vandaag laten zich steeds minder oplossen binnen afzonderlijke domeinen. Het wordt belangrijker om in systemen te gaan denken.

We zien ook dat tegelijkertijd zich een nieuwe S-curve lijkt aan te dienen. Nog klein maar met de potentie om de komende decennia steeds bepalender te worden. De nieuwe S-curve wordt niet alleen gedreven door nieuwe technologieën zoals AI, glasvezel, 6G en quantum computing. Zij wordt ook gedreven door een groeiend besef dat menselijke aanpassing, betrokkenheid en duurzaamheid bepalende factoren worden voor toekomstig succes.

Technologie blijft zich waarschijnlijk exponentieel ontwikkelen. De vraag is of mensen, organisaties en samenlevingen dat tempo nog kunnen volgen. De tweede S-curve vraagt om een andere benadering van het systeem dan we bij de huidige S-curve hebben toegepast. We zullen mens, technologie en grondstoffen opnieuw in balans moeten brengen.

Nieuwe signalen

Het succes van de afgelopen veertig jaar was gebaseerd op een aantal belangrijke uitgangspunten: groei, efficiëntie, schaalvergroting, concurrentie en aandeelhouderswaarde.

Dat waren logische keuzes. De beperkende factor was destijds niet de mens, maar een gebrek aan innovatie, kapitaal en concurrentie. Er zijn regels bedacht om die factoren te laten floreren. Maar momenteel zijn die oorspronkelijke beperkingen grotendeels opgelost.

Daardoor worden er nu andere factoren zichtbaar. Factoren die veel minder aandacht hebben gekregen in het model dat ons zoveel welvaart heeft gebracht. Menselijke belastbaarheid. Betrokkenheid. Vertrouwen. Zingeving. Complexiteit. Beschikbaarheid van grondstoffen. De snelheid waarmee organisaties zich kunnen aanpassen. Het zijn factoren die belangrijker lijken te worden naarmate de grenzen van het huidige systeem zichtbaarder worden.

De signalen zijn inmiddels zichtbaar. Veel organisaties zijn efficiënter dan ooit. Tegelijkertijd hoor ik steeds vaker dezelfde geluiden op de werkvloer. Het wordt drukker. Complexer. Minder overzichtelijk. Mensen voelen zich minder betrokken bij besluiten die hen direct raken. Niet alle stress- en burn-outklachten zijn hier direct aan toe te schrijven, maar het is moeilijk te ontkennen dat toenemende complexiteit, veranderdruk en voortdurende beschikbaarheid hierin een rol spelen.

Dat betekent overigens niet dat het economische model heeft gefaald. Het betekent dat we nieuwe beperkingen beginnen tegen te komen die vroeger minder zichtbaar waren. Dat is althans mijn observatie.

Oude gewoontes

Wat mij fascineert is dat we nog steeds vooral optimaliseren op de parameters van gisteren. Omzet. Winst. EBITDA. Beurswaarde. Allemaal belangrijke indicatoren. Maar zijn ze voldoende om te bepalen of een organisatie over twintig jaar nog steeds gezond is?

Misschien vertegenwoordigt de waarde van een organisatie inmiddels meer dan alleen financieel kapitaal. Misschien moeten we ook kijken naar menselijk kapitaal. Naar kennis. Naar betrokkenheid. Naar het vermogen van organisaties om zich aan te passen aan verandering. Naar de manier waarop zij omgaan met grondstoffen, medewerkers en maatschappelijke verantwoordelijkheid.

We hoeven de aandeelhouderswaarde niet te vervangen. Maar wellicht wordt het nieuwe model een aanvulling met extra waarderingscriteria.

Andere definitie

De aandeelhouder hoeft niet te verdwijnen. Concurrentie hoeft niet te verdwijnen. Winst hoeft niet te verdwijnen. Sterker nog, ze hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van onze welvaart. Maar misschien vraagt de volgende fase om een bredere definitie van waarde.

Een definitie waarin niet alleen zichtbaar wordt hoe succesvol een organisatie vandaag is, maar ook hoe gezond zij morgen nog zal zijn. Misschien is dat wel de echte uitdaging van deze tijd. Niet het vervangen van de succesformule van de twintigste eeuw. Maar het uitbreiden ervan met de variabelen die we destijds nog niet konden zien.

Want technologie blijft zich ontwikkelen. De vraag is of onze organisaties, onze systemen en wijzelf dat ook doen. Dat sluit aan bij de gedachte achter Industry 5.0, waarin technologie niet langer centraal staat, maar wordt ingezet om mens, samenleving en duurzaamheid beter met elkaar in balans te brengen. Het vraagt daarmee ook om na te denken over een aangepast model.

Overdenking

Misschien is de vraag niet hoe we aandeelhouderswaarde vervangen, maar hoe we haar aanvullen met indicatoren die zichtbaar maken of een organisatie ook over twintig jaar nog gezond, innovatief en aantrekkelijk is?

Tot de volgende blog,
Wilco

Een holistische kijk op de overgang van een technologiegedreven naar een mensgedreven waardemodel.