BLOG 5 – Liminale fase

Voorbereiden in de liminale fase

Antropologen spreken over een liminale fase als het gaat over een tussenfase: de periode tussen een oude situatie die niet meer goed past en een nieuwe situatie die nog niet volledig zichtbaar is. Vaak is dat een periode waarin veel onduidelijkheid bestaat en de duur onbekend is. Het is letterlijk de drempel of het ‘ondertussen’ waarin onzekerheid en chaos de boventoon voeren. Tegelijkertijd is het juist de fase waarin echte transformatie en vernieuwing kunnen ontstaan. Deze gedachte correspondeert verrassend goed met de situatie waarin we ons momenteel bevinden.

Voor mij als technologiestrateeg is de liminale fase een interessante invalshoek om de ontwikkelingen die ik de afgelopen dertig jaar heb zien gebeuren beter te plaatsen. Het verklaart de toenemende druk en complexiteit waarmee organisaties en mensen worden geconfronteerd. Het verklaart ook waarom steeds meer mensen zoeken naar balans, rust, betekenis en verbinding. Dit is niet nieuw. Deze signalen worden al langer gezien. Wat verandert, is dat we de gevolgen steeds duidelijker beginnen te voelen.

Ons huidige economische model, dat sinds de jaren tachtig sterk is beïnvloed door marktwerking, privatisering en globalisering, heeft ons veel welvaart gebracht. Met de nadruk op groei en efficiëntie zijn een aantal factoren onderbelicht gebleven die moeilijk meetbaar zijn: menselijk welzijn, sociale samenhang en natuurlijke hulpbronnen. Deze elementen zijn ook moeilijker in een financieel model te vangen. Technologie ontwikkelt zich ondertussen exponentieel door, terwijl mens en aarde hun eigen grenzen kennen. Wanneer die balans onder druk komt te staan, ontstaan spanningen die steeds zichtbaarder worden.

Dat zien we terug in organisaties waar werkdruk toeneemt, waar mensen moeite hebben om alle veranderingen bij te houden en waar steeds meer aandacht ontstaat voor duurzaamheid, mentale gezondheid en zingeving. De vraag is daarom niet alleen hoe we verder groeien, maar vooral hoe we beter in balans de toekomst tegemoet kunnen gaan.

Voorbereiden op een overgang

Wanneer we daadwerkelijk in een liminale fase zitten, dan vraagt dat om voorbereiding. Niet alleen technisch of economisch, maar ook persoonlijk, organisatorisch en maatschappelijk. Wat ik veel zie is dat organisaties de noodzaak van verandering wel herkennen en stappen zetten, maar vaak nog binnen de logica van het bestaande systeem blijven opereren. We proberen nieuwe uitdagingen op te lossen met dezelfde uitgangspunten die ons hier hebben gebracht.

De transitie waar we over spreken is mogelijk groter dan we ons momenteel realiseren. Juist daarom vraagt deze fase om bewuste voorbereiding. Op basis van mijn observaties zie ik zeven gebieden die aandacht verdienen:

  1. Persoonlijke transformatie

Ik herken zeven stappen van bewustwording naar overtuiging in onduidelijk terrein. Hierover in een volgende blog meer.

  1. Nieuwe norm

De kracht van het onvoltooide: een tegenhanger van perfectionisme en eindeloze optimalisatie. Meer uitleg in een volgende blog.

  1. Verbinding

Leiderschap geïnspireerd door Ernest Shackleton, waarin mensen belangrijker zijn dan het doel.

  1. Herijking

De menselijke metamorfose als aanpassing aan een wereld waarin technologie sneller verandert dan ons natuurlijke aanpassingsvermogen.

  1. Resonantie

Nieuwe kaders voor AI waarbij technologie ondersteunend is aan menselijke betekenis en niet andersom.

  1. Focus

Duurzaamheid, circulariteit en menselijkheid als integraal onderdeel van besluitvorming.

  1. Vrijheid

Een nieuwe manier van genieten, leven en werken waarin ruimte ontstaat voor wat werkelijk waarde heeft.

 

De natuur als leermeester

Veel van deze reflecties zijn ontstaan in de bergen en tijdens expedities. Niet spiritueel of zwevend maar onderweg naar de hoogste bergtop op elk continent. De bergen leerden mij dat niet alles maakbaar is. We plannen, bereiden voor en zetten koers, maar uiteindelijk bepalen omstandigheden, weer en werkelijkheid hoe de reis verloopt. Juist daardoor ben ik anders gaan kijken naar organisaties, technologie en onze samenleving. De natuur is niet perfect, het is een ecosystemen dat laat zien wat langdurige stabiliteit mogelijk maakt: balans, veerkracht, aanpassingsvermogen en samenhang. In de natuur draait het niet om maximale efficiëntie op korte termijn. Het draait om het vermogen om op lange termijn in evenwicht te blijven. Misschien ligt daar ook een belangrijke les voor onze samenleving.

Nieuwe maatstaven voor succes

Veel organisaties worden nog steeds alleen beoordeeld op financiële prestaties. EBITDA is daarbij een bekende indicator geworden. Maar als we werkelijk geloven dat menselijk welzijn, grondstoffen en maatschappelijke impact belangrijk zijn, dan zullen we ook manieren moeten ontwikkelen om die waarden zichtbaar te maken. Hoe maken we zichtbaar welke organisaties niet alleen financieel succesvol zijn, maar ook bijdragen aan mens, maatschappij en planeet? Hoe creëren we een nieuwe indicator die breder kijkt dan winst alleen? Wat als we naast financiële prestaties ook zichtbaar maken hoe een organisatie omgaat met mensen, grondstoffen en maatschappelijke impact? Zou een aanvullende Human-Planet-Impact score een vollediger beeld geven van de werkelijke waarde die een organisatie creëert? Een EBITDA-HPI of soortgelijke nieuwe waarde als nieuwe norm?

Herijking

Voor deze periode van overgang gebruik ik steeds vaker het woord herijking. Een periode waarin we niet alles afbreken wat ons ver heeft gebracht, maar waarin we opnieuw bepalen wat werkelijk van waarde is.

  • Welke aannames nemen we mee?
  • Welke laten we achter?
  • Welke nieuwe waarden willen we versterken?

Dat zijn vragen die horen bij een liminale fase.

De komende periode duik ik verder in de zeven gebieden die ik hierboven schets. Het zijn geen antwoorden op alle vragen, maar gebieden die ik met elkaar probeer te verbinden omdat ik geloof dat we gezamenlijk op zoek moeten naar de vaardigheden, inzichten en waarden die nodig zijn om deze fase succesvol door te maken. Het is een uitnodiging om samen te onderzoeken hoe we deze ontwikkeling op een gezonde en duurzame manier kunnen vormgeven.

Tot de volgende blog,
Wilco

BLOG 4 – Blijft de mens relevant?

De afgelopen maand heb ik een aantal observaties gedeeld over de samenwerking tussen mens en technologie. Observaties die naar mijn idee steeds belangrijker gaan worden. In 2018 liet ik tijdens het telecom-event van Dutch Guild al een grafiek zien van de ontwikkeling van technologie. Diezelfde grafiek is vandaag nog steeds valide en laat goed zien wat er in 8 jaar is veranderd: de complexiteit neemt het over. We weten namelijk steeds beter hoe we technologie sneller, slimmer en krachtiger kunnen maken. Maar vanaf nu zullen we ook de menselijke waarde daarin moeten meenemen.

De mens begint namelijk de beperkende factor te worden in een wereld die steeds meer en sneller om technologie draait. We kunnen als mens niet eindeloos méér tijd uit 24 uur halen. We staan al bijna 16 uur “aan” en proberen in de andere 8 uur te herstellen en te slapen als dat lukt. Toch liggen er wel mogelijkheden als we ons op de juiste manier organiseren. Door machines, robots en AI slimmer in te zetten kunnen we tijd vrijspelen. Tijd die gebruikt kan worden voor werk dat beter bij de mens past: betekenis, creativiteit, verbinding, oordeelsvermogen en echte waardecreatie. Daar zit ook een directe relatie met motivatie, zingeving, plezier en energie, iets dat binnen de moderne motivatiepsychologie al langer wordt onderbouwd (Deci & Ryan / Self Determination Theory).

Tegelijkertijd schuilt hier een paradox. De Jevons paradox laat zien dat efficiëntie vaak niet leidt tot minder werk, maar juist tot méér werk. Zodra processen sneller gaan, vullen organisaties die vrijgekomen ruimte vaak weer op met extra taken, verwachtingen en druk. En precies daar ligt volgens mij de uitdaging van Industry 5.0. Niet nóg meer werk creëren met AI, maar bewust kiezen hoe we de vrijgekomen ruimte benutten.

Dat begint met:

  1. begrijpen wat AI is en waar het waarde toevoegt;
  2. ontdekken welke tools relevant zijn voor jouw branche;
  3. deze vervolgens integreren in een geautomatiseerde workflow.

Pas dan ontstaat er echt ruimte. Maar die ruimte moet vervolgens wel bewust worden ingevuld met werk waarin de mens excelleert. De oplossing is daarom niet minder werken. De oplossing is werk doen dat beter bij de mens past.

“AI creëert alleen ruimte. De organisatie bepaalt waarmee die ruimte wordt gevuld.”

Misschien voelt dit onderwerp vandaag nog niet urgent. Maar zodra concurrenten dit goed gaan organiseren, ontstaat daar straks de omgeving waar mensen het liefst willen werken. Daar waar technologie en menselijke waarde elkaar versterken.

Wilco Dekker

BLOG 3 – De AI-paradox

AI belooft ons efficiënter te maken. Minder repetitief werk. Snellere processen. Meer ruimte voor wat echt belangrijk is. En toch ervaren veel mensen het tegenovergestelde. Het werk neemt toe. Er komen nieuwe tools bij. Nieuwe mogelijkheden. Nieuwe verwachtingen. Wat eerst tijd kostte, kan nu sneller. Maar juist daardoor ontstaat de druk om méér te doen in dezelfde tijd. Niet minder werk, maar meer output.

Het is een paradox die in veel organisaties zichtbaar wordt. AI wordt geïntroduceerd om werk te verlichten, maar zonder dat bestaande taken verdwijnen. Het nieuwe komt erbij, het oude blijft bestaan.

Wat ontstaat is geen vervanging, maar stapeling. Daarnaast verandert ook de aard van het werk. Mensen worden niet alleen uitvoerder, maar ook regisseur van technologie. Ze moeten systemen begrijpen, controleren en bijsturen. Dat vraagt om nieuwe vaardigheden, terwijl het oude werk nog niet is verdwenen.

De belofte van efficiëntie verandert zo in een toename van complexiteit. De kern van de AI-paradox is dan ook niet technologisch, maar organisatorisch. Zolang we AI toevoegen zonder bewuste keuzes te maken over wat stopt, blijft de werkdruk groeien. De echte vraag is niet wat AI kan. Maar wat wij niet meer hoeven te doen.

Die vraag kan alleen worden onderzocht als er duidelijke keuzes worden gemaakt. Als AI wordt ingezet waarvoor het bedoeld is: ondersteuning op de achtergrond, zodat de mens zich kan richten op creativiteit, verbinding en richting. Niet meer doen met AI. Maar minder doen, en beter kiezen.

Dat vraagt om een andere benadering dan het najagen van korte termijn targets en snelle resultaten. Dat lijkt effectief, maar vergroot op termijn juist de complexiteit. De echte verandering zit in hoe we sturen. In het maken van bewuste keuzes. In het inzetten van de juiste AI op de juiste plek. En in het verleggen van de focus naar de mens.

Daar ontstaat ruimte. En daarmee vooruitgang.

BLOG 2 – Waarom organisaties vastlopen

Wanneer organisaties vastlopen, wordt de oorzaak vaak gezocht in technologie. Systemen werken niet goed samen. Tools leveren niet wat ervan verwacht wordt. Of de implementatie is niet succesvol geweest. De reflex is logisch: als technologie het probleem lijkt, moet technologie ook de oplossing zijn. Maar in de praktijk ligt het anders.

De meeste organisaties beschikken inmiddels over meer dan voldoende technologie om effectief te werken. Sterker nog: in veel gevallen is er juist een overvloed aan systemen, dashboards en tooling. En toch ontstaat er frictie. Werk wordt complexer. Besluitvorming vertraagt. Overleg neemt toe. Niet omdat de technologie tekortschiet, maar omdat de manier van werken niet meebeweegt.

Nieuwe technologie wordt vaak toegevoegd aan bestaande structuren. Oude processen blijven bestaan, terwijl er nieuwe lagen bovenop komen. Controlemechanismen worden uitgebreid om grip te houden, maar zorgen juist voor meer afhankelijkheden. Wat ontstaat is geen versnelling, maar stapeling. Het systeem blijft draaien, maar wordt steeds minder wendbaar.

De kern van het probleem is dan ook niet technologisch, maar organisatorisch en menselijk. Hoe we samenwerken. Hoe we besluiten nemen. Hoe verantwoordelijkheden zijn verdeeld. Zolang die basis niet verandert, zal elke nieuwe technologische stap de complexiteit verder vergroten in plaats van verminderen.

De echte vraag is daarom niet: welke technologie hebben we nodig? Maar: hoe moeten wij werken in een wereld waarin technologie al beschikbaar is?

Daar ligt de sleutel.

Niet in méér systemen, maar in het durven loslaten van wat niet meer past. Pas dan ontstaat er ruimte om te onderzoeken welke verandering past bij de volgende fase.

BLOG 1 – Drukker… maar ook beter?

We werken harder dan ooit. Onze agenda’s zitten vol, systemen worden slimmer en de hoeveelheid informatie groeit elke dag. Toch voelt het voor veel mensen alsof het overzicht juist afneemt.

Meer doen, maar minder begrijpen.

Het is een patroon dat zich in veel organisaties herhaalt. Nieuwe tools worden geïntroduceerd om werk te vereenvoudigen. Processen worden aangescherpt om efficiënter te werken. En toch neemt de druk toe. Niet af.

Hoe kan dat?

De kern ligt niet in de technologie zelf, maar in het tempo waarin die technologie zich ontwikkelt. Waar systemen en digitale oplossingen exponentieel groeien, blijven mensen en organisaties zich lineair aanpassen. Dat verschil creëert spanning.

Om die spanning op te lossen, doen we vaak hetzelfde als wat ons er gebracht heeft: we voegen iets toe. Nog een systeem. Nog een overleg. Nog een controlemechanisme.

Maar daarmee vergroten we juist de complexiteit.

Wat er eigenlijk gebeurt, is dat we proberen een versnelling vast te houden die niet meer past bij de fase waarin we zitten. In plaats van door te blijven duwen, vraagt deze fase om iets anders: aanpassing.

Niet alles hoeft sneller.
Niet alles hoeft meer.

De echte vraag is: welk werk hoort nog bij de mens, en welk werk kan beter door technologie worden gedaan?

Door die scheiding bewust te maken, ontstaat ruimte. Ruimte voor focus, voor creativiteit en voor betekenis. Precies daar waar mensen het verschil maken.

Vooruitgang zit niet alleen in versnellen.
Soms zit het juist in vertragen om opnieuw te kunnen versnellen.